donderdag 23 juli 2009

Geen jonge kerkuilen

Bijna 'witte' kerkuil: geringd 20 juli bij Emmerzaal. Foto: Gerrit Jansen


‘Het kan niet missen: ze zijn er echt. Regelmatig hoor ik zacht blazen en sissen’
Als je zo iets schrijft, moet je wel zeker van je zaak zijn. Nou, vergeet het maar. De wens was ook hier de vader van de gedachte. Wij hebben, in tegenstelling tot wat ik op 2 juni op deze plaats schreef geen jonge kerkuilen!.Balen! Als je de kennis over jonge kerkuilen alleen van horen zeggen en uit de boeken hebt, moet je voorzichtig zijn. Ik heb, zoals ik op 2 juni al schreef, vanaf de hooizolder jonge uilen horen sissen. Weliswaar heel zachtjes, maar toch. Ook vlogen er kerkuilen door het luik de hooizolder in en uit. Wel vond ik het paar buitengewoon rustig en ik had grote twijfels over het muizenaanbod. We zijn drie weken in Zwitserland geweest en ik ging er dan ook van uit, dat het bedelgedrag van de jongen bij thuiskomst aardig aan kracht zou hebben gewonnen. Avonden heb ik tegen schemer weer buiten gezeten. Maar het was akelig stil. De eerste dagen in juli vloog er elke avond één uil door het hooiluik naar buiten -de lichte; in mijn ogen de man- maar die keerde na een uur nog steeds niet terug. Donderdag 2 juli vlogen er om 22.45 uur vlak achter elkaar twee uilen uit. En ook nu hoorde ik zacht piepen. Maar het geluid kwam niet van de hooizolder, maar van opzij van het huis: geen jonge kerkuilen, maar de uitgevlogen jonge steenuilen. Ik ben de zolder op gegaan en ik heb voor het eerst, omdat ik de uilen niet wilde verstoren, de twee nestkasten gecontroleerd. Geen jongen, zelfs geen eieren. Slechts hier en daar in het strooisel een braakbal. Een teleurstelling, maar wel duidelijkheid: geen jonge kerkuilen dus!
Maar er gloort nog steeds hoop. Kerkuilen kunnen praktisch het hele jaar door broeden. Maar evenals vorig jaar verloopt het broedsucces in onze regio tot nu toe desastreus vergeleken met het topjaar 2007. Kijk maar eens op http://www.kerkuilen.nu/ de website van de kerkuilenwerkgroep Betuwe Oost: in 2007 waren er in het gebied 52 broedsels; in 2008 32 en in 2009 tot nu toe slechts 15! De mensen die jaarlijks de jonge kerkuilen ringen, vallen dit jaar van de ene teleurstelling in de andere. Veel al jaren bezette locaties zijn verlaten en er zijn heel veel paren die nog geen enkele aanstalten maken om te gaan broeden. Het muizenaanbod is nog slechter dan vorig jaar. In de braakballen van ons uilenpaar vind ik sporadisch een veldmuis en al helemaal geen bosmuis. Ons paar moet het doen met spitsmuizen die kennelijk in redelijke aantallen aanwezig zijn. Maar die insecteneters wegen vergeleken met een veldmuis maar weinig. Eén veldmuis komt wat gewicht betreft overeen met vier bosspitsmuizen. Daar moeten er dan heel van gevangen worden, voordat het vrouwtje kerkuil voldoende reserve heeft opgebouwd om eieren te kunnen leggen.

Ik heb de laatste veertien dagen bijna dagelijks van 22.15 tot 23.15 uur buiten gezeten. Alle dagen zag ik beide uilen door het luik naar buiten vliegen. En ik moet zeggen: ze zijn actiever en luidruchtiger dan in april. Wie weet komt ons paar, als de muizenstand oploopt, toch nog tot broeden. Als het dit jaar niet is, dan hopelijk het volgende jaar, want het uilenpaar is erg honkvast.

Wat de steenuilen betreft, alleen maar goed nieuws: er zijn drie jongen bij ons uitgevlogen en die sissen en blazen tegen schemer nog steeds en bedelen ook nog om voedsel. Ze vliegen inmiddels uitstekend en koesteren zich overdag in een juttepeerboom in het zonnetje op nog geen tien meter van mijn werkkamer.

Net uitgevlogen jonge steenuil op de Paddepoel in Angeren. Foto: Otto Faulhaber.
Ik was bang dat we dit jaar geen torenvalken zouden hebben, maar gelukkig -weliswaar laat- heeft onze man toch nog een dame weten te versieren en veertien dagen geleden zijn er maar liefst vijf jongen uitgevlogen. Die houden zich allemaal nog rond het huis op. Als er een ouder met prooi aankomt, is het een kabaal van jewelste.

Het succes van de torenvalken en de steenuilen steekt dus schril af bij de kerkuilen, maar de eerste twee soorten zijn heel wat minder kieskeurig wat de prooidieren betreft dan de kerkuilen. Onze ouderpaar torenvalken heeft veel jonge ringmussen aangevoerd. Die broeden bij ons massaal in de knotwilgen en de nestkasten. Steenuilen nemen genoegen met veel kleinere prooien dan veldmuizen: kevers en hun larven en vooral ook regenwormen staan hoog op de menulijst.

Het is natuurlijk heel verleidelijk om onze kerkuilen dagelijks een paar trage laboratoriummuizen aan te bieden waardoor ze in tijden van muizenschaarste toch in broedconditie komen, maar daar voel ik weinig voor. Mezen mogen van mij af en toe een vetbol hebben, de mussen kruimels brood en de merels rotte appelen, maar het gaat nu over uilen en dat zijn voor mij echte ‘wilde’ dieren. Niet bijvoeren dus. We wachten het maar rustig af. Als er nieuws te melden is, zal ik op deze plaats zeker verslag doen. Gelukkig doen Henk en Wilma Lammers uit Eibergen dit ook op onze site. En ik wil ook even melden dat ik op maandag 20 juli bij het ringen van de drie jonge kerkuilen bij onze vrienden Henk en Maria Emmerzaal ben geweest.
Waarom zij wel succesvol zijn? Henk is een akkerbouwer en heeft niet alleen buiten maar ook binnen graan in overvloed. U begrijpt het al: volgende maand worden hier een paar ruiters geplaatst met daaronder heel veel tarwe. Als ik de muizen verwen, komen onze uilen vast en zeker in broedconditie.

dinsdag 2 juni 2009

Jonge kerkuilen

Het kan niet missen: ze zijn er echt. Regelmatig hoor ik zacht blazen en sissen. Ik zit dan op de zolder van de workshopruimte met de schuifdeur naar de hooizolder op een kiertje. Enig geduld is wel nodig, want het duurt vaak meer dan een uur voordat pa na zijn vertrek van zijn roestplaats elders, met een prooi voor het vrouwtje binnenkomt. Ik heb nu ook twee keer steeds rond een uur of elf beide uilen rond het hooiluik rond zien vliegen. Vanavond 2 juni werd er om 11.20 nog een prooi gebracht, die met veel kabaal door het vrouwtje op de hooizolder in ontvangst werd genomen.
Omdat we morgen voor natuurworkshops naar Zwitserland vertrekken en we ruim twee weken wegblijven, zal er bij thuiskomst heel wat te melden zijn. Lezers van deze weblog raad ik aan de reacties van Henk en Wilma Lammers uit Eibergen goed te lezen. Zij hebben via de webcam veel gedetailleerde informatie over het wel en wee van hun kerkuilen. Ook de kerkuilen bij onze vrienden in Angeren, Henk en Maria Emmerzaal hebben nu jongen. Ik ben benieuwd of het allemaal groot komt, want gezien de prooiaanvoer zijn de muizen nog niet erg dik gezaaid.

Tot volgende keer!

Groeten van Gerrit

vrijdag 22 mei 2009

Man kerkuil slaapt ergens anders

Over onze kerkuilen, torenvalken en steenuilen.
Twee fantastische workshops in Zuid-Bohemen gehad met zwarte ooievaars, roerdompen, kwakken, wielewalen en zeearenden om maar wat te noemen. Als je dan bijna drie weken van huis bent, vraag je je wel af hoe het in de tussentijd met de vogelbevolking in Angeren is gesteld.

Regelmatig heb ik hier al vermeld dat ons kerkuilenpaar niet altijd even duidelijk aanwezig is. Op 24 april vertelde ik nog enthousiast 'ze zijn er nog!' Vlak voor het vertrek naar Tsjechië zag ik echter drie avonden op rij geen kerkuil uitvliegen en dan slaat de twijfel weer toe. Zeker ook omdat er nergens op de hooizolder verse braakballen lagen.

We zijn weer een week thuis en drie avonden op rij heb ik buiten gezeten om weer geen uil te zien uitvliegen. Rond tien uur hoorde ik echter zo'n honderd meter verder wel een kerkuil en alle drie de avonden plofte de man binnen het half uur, na het horen van zijn kreet, door het hooiluik de hooizolder op. De conclusie is duidelijk: pa en ma slapen apart. Ma zit bij ons op eieren ( ik durf niet in de kast te kijken; bang voor verstoring) en pa slaapt overdag op een andere locatie. De eerste prooi die na het uitvliegen gevangen wordt, is voor het vrouwtje. Als de muis is afgeleverd, blijft de man meestal zo'n kwartier op onze hooizolder en vliegt dan luid schreeuwend weer uit.

Op Hemelvaartsdag heeft ook de man op onze hooizolder geslapen. Misschien heeft het eerste jong zich aangediend. Het mannetje vloog om 22.10 uur naar buiten. Erg succesvol was hij niet, want ik heb tot elf uur buiten gezeten; in die tijd is er geen muis gebracht.

Goed nieuws dus wat betreft de kerkuilen.
Maar er is meer goed nieuws. Dit voorjaar hadden we voor het eerst geen torenvalken. Veertien jaar hebben we jongen gehad. Meestal begon de broedactiviteit al eind februari. 's Winters zagen we de valken niet of nauwelijks, maar als ze er dan ook in maart weer waren, misten we ze geen dag. Op de knotwilg of op het ooievaarsnest werd dagelijks gepaard en het gekekker was niet van de lucht. Dit jaar dus geen baltsvluchten: één dag heeft onze man een vrouw aan de haak geslagen en op die dag op 26 april heb ik ook een prooioverdracht gezien. Maar daarna niets meer. Wat schetst onze verbazing: terug uit Tsjechië zit heel stiekem een vrouwtje te broeden in de nestkast. De man vliegt af en aan met prooien: muizen en ook jonge mussen. Het aanbod is kennelijk zo groot dat het mannetje wanneer het vrouwtje de prooi in de kast niet accepteerd omdat ze al genoeg heeft, de onthoofde mus of muis in de wei achter een graspol verstopt. Later in de middag haalt hij de verstopte prooi weer te voorschijn en brengt die naar het broedende vrouwtje: prachtig toch!

Ook de steenuilen hebben jongen. Goed nieuws dus vanuit de Paddepoel. Lees ook de reacties op mijn weblog van Henk en Wilma Lammers uit Eibergen. Zij volgen met de webcam het wel en wee van hun kerkuilenfamilie en doen regelmatig verslag in dit dagboek. En dat is een bijzondere aanvulling waar ik erg blij mee ben.

Volgende week kan ik misschien melden of de kerkuilen echt jongen hebben. Tot dan!

Gerrit

vrijdag 24 april 2009

Ze zijn er nog! (24 april)

Mijn beloofde informatie over ons kerkuilenpaar bleef even uit. We waren even op Ameland voor een natuurworkshop, maar dat was niet de enige oorzaak. Het leek er tot op vanavond op dat onze kerkuilen verkast waren. Dagen heb ik buiten gezeten: geen uil te bekennen. Uiteindelijk ben ik toch maar de hooizolder opgegaan. ook daar was het zowel in het donker als overdag buitengewoon rustig.
Er lagen wel veel braakballen, maar vers kon ik ze niet noemen. Praktisch alle braakballen (57 )heb ik er geraapt. Dan is gemakkelijk te controleren of er braakballen bij komen. Een week later nog een keer gekeken: geen verse braakballen! Echt, ik had ook omdat ik niets hoorde de hoop al opgegeven. Omdat we zondagmorgen om half vijv een ontbijtcursus vogelzang hebben, ben ik er vanavond nog maar een uurtje voor gaan zitten.
Om 21.20 uur plofte de witte uil op de balk in het hooiluik. Kennelijk zag hij mij, want hij vloog een paar minuten later weer naar binnen. Om 21.30 vloog hij uit. Geruisloos, geen schreeuw. Ook het vrouwtje is een zwijgzaam type als ze er tenminste nog is! En daar ga ik nu wel weer van uit. Controle van de kasten laat ik achterwege: als er jongen zijn horen we ze al na een paar dagen.
Henk en Wilma Lammers uit Eibergen hebben ook een kerkuilenpaar. Wat een gemak zo'n webcam! Ze hebben beloofd regelmatig op deze plaats verslag te doen van hun waarnemingen. Daar ben ik erg blij mee. Kijk maar naar de reacties. Hun kerkuilen zitten al op eieren. Gezien het zwijgzame gedrag van die van ons, zouden die al wel eens een weekje langer op eieren kunnen zitten.
A.s. woensdag gaan we voor twee natuurworkshops naar Tsjechië. Als ik terug kom weten we meer. Ik zal gauw weer verslag doen!

zondag 5 april 2009

zondag 5 april

De uilen vliegen steeds later uit. Niet vreemd nu de dagen lengen. Dit betekent wel dat er minder tijd is om te muizen; maar daar staat tegenover dat ook de muizen voorjaarskriebels kennen en druk doende zijn met het zorgen voor nageslacht. Het aantal bosspitsmuizen dat zich in de verse braakballen bevindt, neem af en het aantal veldmuizen neemt toe. Dat mag ook wel, want de uil moet drie bosspitsmuizen vangen, voordat hij het prooigewicht van een veldmuis heeft. Een volwassen veldmuis weegt 35-51 gram.

Op 2 april heb ik het uitvliegen van de uilen gemist. Op 4 april zag ik slechts één uil uitvliegen. Dan word je ongerust, want stel je voor dat het paar niet meer compleet is. Om zekerheid te krijgen, heb ik vandaag 5 april van 20.30 tot bijna 22.00 uur buiten gezeten. Om 21.05 vloog er een uil uit en drie kwartier later zag ik er in het duister weer een naar binnen glippen. De kans is groot dat de man een muis heeft gebracht en dat de dame niet meer zo gauw van huis gaat. Het mannetje wordt dan op de proef gesteld. Zodra hij voldoende voedsel voor hem zelf en voor zijn eega kan aanslepen, komt ma in broedconditie. Het wachten is op het eerste ei. Ik zal voorlopig geen nestcontrole doen om de zaak niet te verstoren. De waarnemingen vanuit de tuin moeten duidelijk maken hoe ver het proces gevorderd is.

Onze kerkuilen



Op de natuurpagina van de Gelderlander heb ik vrijdag 3 april beloofd op deze site een logboek over het wel & wee van onze kerkuilen te plaatsen. Het verslag komt niet via een webcam, maar het zijn aantekeningen van eigen directe waarnemingen vanuit een strategisch opgestelde stoel achter in de tuin. Vanuit deze stoel heb ik zicht op het uitvliegluik van de hooizolder en ... ik kan ook de nestkast van de steenuilen in het oog houden. Wat een luxe: in de schemer in je eigen tuin genieten van twee rode lijst soorten: twee uilensoorten die ernstig bedreigd zijn.



De uilen op deze foto heb ik een paar jaar geleden gefotografeerd bij vrienden van ons: Henk en Maria Emmerzaal. Een kerkuilenpaar brengt daar al jaren met veel succes jongen groot tussen balen stro! Ook wij hebben de hooizolder uilvriendelijk gemaakt door balen stro te stapelen, maar er hangen ook twee uilenkasten en daar zitten, gezien de braakballen en de uitwerpselen, onze uilen in.

Een paar jaar op rij hebben we in de winter een solitaire uil op zolder gehad, die in het vroege voorjaar weer vertrok: waarschijnlijk naar een liefje ergens in de buurt. In september keerde de uil weer terug op onze hooizolder. Daardoor hielden we hoop op een broedpaar, maar de afgelopen winter hebben we geen kerkuil meer gezien. De conclusie dat onze hooizolder ongeschikt was, bleek te voorbarig, want op 3 maart was er weer een kerkuil en zelfs niet één maar twee! Het gedrag van beide vogels wijst op een paar en een broedpoging kan dan ook niet uitblijven.

Hieronder het voorproefje dat op 3 april bij mijn verhaal 'Kerkuil steeds minder kerkelijk' in de Gelderlander stond:

Zaterdag 28 maart


Om tien voor acht (wintertijd) verschijnt de bruine. Hij blijft nog geen vijf minuten op de balk zitten en vliegt dan weg. De witte vliegt met een luide kreet rechtstreeks het luik uit. Ik ben, nadat beide uilen zijn uitgevlogen, even met een zaklamp de hooizolder opgegaan. Wat een puinhoop. De vloer is op drie plaatsen met verse poep witgekalkt. Hier en daar ook donkere klodders. Onder de aluminium trap liggen vier eieren van holenduiven. In het verleden ging ik er van uit, dat als er regelmatig een holenduif in het uilengat zat de kerkuil vertrokken was. De afgelopen week zaten er ook holenduiven in de uitvliegopening. Kennelijk storen de uilen zich op het moment niet aan de aanwezigheid van de duifjes. Onder de tweede kast liggen veel braakballen en ook een onthoofde spitsmuis. Ik ben benieuwd hoe het zich verder ontwikkelt. Van territoriaal gedrag en baltsvluchten is nog geen sprake, maar de uilen lijken, ook omdat ze soms naast elkaar op de balk zitten, vertrouwd met elkaar. Hebben we de verlovingsfase dan al gehad? Als dat zo is, kunnen we over een paar weken het eerste ei verwachten.