donderdag 23 juli 2009

Geen jonge kerkuilen

Bijna 'witte' kerkuil: geringd 20 juli bij Emmerzaal. Foto: Gerrit Jansen


‘Het kan niet missen: ze zijn er echt. Regelmatig hoor ik zacht blazen en sissen’
Als je zo iets schrijft, moet je wel zeker van je zaak zijn. Nou, vergeet het maar. De wens was ook hier de vader van de gedachte. Wij hebben, in tegenstelling tot wat ik op 2 juni op deze plaats schreef geen jonge kerkuilen!.Balen! Als je de kennis over jonge kerkuilen alleen van horen zeggen en uit de boeken hebt, moet je voorzichtig zijn. Ik heb, zoals ik op 2 juni al schreef, vanaf de hooizolder jonge uilen horen sissen. Weliswaar heel zachtjes, maar toch. Ook vlogen er kerkuilen door het luik de hooizolder in en uit. Wel vond ik het paar buitengewoon rustig en ik had grote twijfels over het muizenaanbod. We zijn drie weken in Zwitserland geweest en ik ging er dan ook van uit, dat het bedelgedrag van de jongen bij thuiskomst aardig aan kracht zou hebben gewonnen. Avonden heb ik tegen schemer weer buiten gezeten. Maar het was akelig stil. De eerste dagen in juli vloog er elke avond één uil door het hooiluik naar buiten -de lichte; in mijn ogen de man- maar die keerde na een uur nog steeds niet terug. Donderdag 2 juli vlogen er om 22.45 uur vlak achter elkaar twee uilen uit. En ook nu hoorde ik zacht piepen. Maar het geluid kwam niet van de hooizolder, maar van opzij van het huis: geen jonge kerkuilen, maar de uitgevlogen jonge steenuilen. Ik ben de zolder op gegaan en ik heb voor het eerst, omdat ik de uilen niet wilde verstoren, de twee nestkasten gecontroleerd. Geen jongen, zelfs geen eieren. Slechts hier en daar in het strooisel een braakbal. Een teleurstelling, maar wel duidelijkheid: geen jonge kerkuilen dus!
Maar er gloort nog steeds hoop. Kerkuilen kunnen praktisch het hele jaar door broeden. Maar evenals vorig jaar verloopt het broedsucces in onze regio tot nu toe desastreus vergeleken met het topjaar 2007. Kijk maar eens op http://www.kerkuilen.nu/ de website van de kerkuilenwerkgroep Betuwe Oost: in 2007 waren er in het gebied 52 broedsels; in 2008 32 en in 2009 tot nu toe slechts 15! De mensen die jaarlijks de jonge kerkuilen ringen, vallen dit jaar van de ene teleurstelling in de andere. Veel al jaren bezette locaties zijn verlaten en er zijn heel veel paren die nog geen enkele aanstalten maken om te gaan broeden. Het muizenaanbod is nog slechter dan vorig jaar. In de braakballen van ons uilenpaar vind ik sporadisch een veldmuis en al helemaal geen bosmuis. Ons paar moet het doen met spitsmuizen die kennelijk in redelijke aantallen aanwezig zijn. Maar die insecteneters wegen vergeleken met een veldmuis maar weinig. Eén veldmuis komt wat gewicht betreft overeen met vier bosspitsmuizen. Daar moeten er dan heel van gevangen worden, voordat het vrouwtje kerkuil voldoende reserve heeft opgebouwd om eieren te kunnen leggen.

Ik heb de laatste veertien dagen bijna dagelijks van 22.15 tot 23.15 uur buiten gezeten. Alle dagen zag ik beide uilen door het luik naar buiten vliegen. En ik moet zeggen: ze zijn actiever en luidruchtiger dan in april. Wie weet komt ons paar, als de muizenstand oploopt, toch nog tot broeden. Als het dit jaar niet is, dan hopelijk het volgende jaar, want het uilenpaar is erg honkvast.

Wat de steenuilen betreft, alleen maar goed nieuws: er zijn drie jongen bij ons uitgevlogen en die sissen en blazen tegen schemer nog steeds en bedelen ook nog om voedsel. Ze vliegen inmiddels uitstekend en koesteren zich overdag in een juttepeerboom in het zonnetje op nog geen tien meter van mijn werkkamer.

Net uitgevlogen jonge steenuil op de Paddepoel in Angeren. Foto: Otto Faulhaber.
Ik was bang dat we dit jaar geen torenvalken zouden hebben, maar gelukkig -weliswaar laat- heeft onze man toch nog een dame weten te versieren en veertien dagen geleden zijn er maar liefst vijf jongen uitgevlogen. Die houden zich allemaal nog rond het huis op. Als er een ouder met prooi aankomt, is het een kabaal van jewelste.

Het succes van de torenvalken en de steenuilen steekt dus schril af bij de kerkuilen, maar de eerste twee soorten zijn heel wat minder kieskeurig wat de prooidieren betreft dan de kerkuilen. Onze ouderpaar torenvalken heeft veel jonge ringmussen aangevoerd. Die broeden bij ons massaal in de knotwilgen en de nestkasten. Steenuilen nemen genoegen met veel kleinere prooien dan veldmuizen: kevers en hun larven en vooral ook regenwormen staan hoog op de menulijst.

Het is natuurlijk heel verleidelijk om onze kerkuilen dagelijks een paar trage laboratoriummuizen aan te bieden waardoor ze in tijden van muizenschaarste toch in broedconditie komen, maar daar voel ik weinig voor. Mezen mogen van mij af en toe een vetbol hebben, de mussen kruimels brood en de merels rotte appelen, maar het gaat nu over uilen en dat zijn voor mij echte ‘wilde’ dieren. Niet bijvoeren dus. We wachten het maar rustig af. Als er nieuws te melden is, zal ik op deze plaats zeker verslag doen. Gelukkig doen Henk en Wilma Lammers uit Eibergen dit ook op onze site. En ik wil ook even melden dat ik op maandag 20 juli bij het ringen van de drie jonge kerkuilen bij onze vrienden Henk en Maria Emmerzaal ben geweest.
Waarom zij wel succesvol zijn? Henk is een akkerbouwer en heeft niet alleen buiten maar ook binnen graan in overvloed. U begrijpt het al: volgende maand worden hier een paar ruiters geplaatst met daaronder heel veel tarwe. Als ik de muizen verwen, komen onze uilen vast en zeker in broedconditie.

dinsdag 2 juni 2009

Jonge kerkuilen

Het kan niet missen: ze zijn er echt. Regelmatig hoor ik zacht blazen en sissen. Ik zit dan op de zolder van de workshopruimte met de schuifdeur naar de hooizolder op een kiertje. Enig geduld is wel nodig, want het duurt vaak meer dan een uur voordat pa na zijn vertrek van zijn roestplaats elders, met een prooi voor het vrouwtje binnenkomt. Ik heb nu ook twee keer steeds rond een uur of elf beide uilen rond het hooiluik rond zien vliegen. Vanavond 2 juni werd er om 11.20 nog een prooi gebracht, die met veel kabaal door het vrouwtje op de hooizolder in ontvangst werd genomen.
Omdat we morgen voor natuurworkshops naar Zwitserland vertrekken en we ruim twee weken wegblijven, zal er bij thuiskomst heel wat te melden zijn. Lezers van deze weblog raad ik aan de reacties van Henk en Wilma Lammers uit Eibergen goed te lezen. Zij hebben via de webcam veel gedetailleerde informatie over het wel en wee van hun kerkuilen. Ook de kerkuilen bij onze vrienden in Angeren, Henk en Maria Emmerzaal hebben nu jongen. Ik ben benieuwd of het allemaal groot komt, want gezien de prooiaanvoer zijn de muizen nog niet erg dik gezaaid.

Tot volgende keer!

Groeten van Gerrit

vrijdag 22 mei 2009

Man kerkuil slaapt ergens anders

Over onze kerkuilen, torenvalken en steenuilen.
Twee fantastische workshops in Zuid-Bohemen gehad met zwarte ooievaars, roerdompen, kwakken, wielewalen en zeearenden om maar wat te noemen. Als je dan bijna drie weken van huis bent, vraag je je wel af hoe het in de tussentijd met de vogelbevolking in Angeren is gesteld.

Regelmatig heb ik hier al vermeld dat ons kerkuilenpaar niet altijd even duidelijk aanwezig is. Op 24 april vertelde ik nog enthousiast 'ze zijn er nog!' Vlak voor het vertrek naar Tsjechië zag ik echter drie avonden op rij geen kerkuil uitvliegen en dan slaat de twijfel weer toe. Zeker ook omdat er nergens op de hooizolder verse braakballen lagen.

We zijn weer een week thuis en drie avonden op rij heb ik buiten gezeten om weer geen uil te zien uitvliegen. Rond tien uur hoorde ik echter zo'n honderd meter verder wel een kerkuil en alle drie de avonden plofte de man binnen het half uur, na het horen van zijn kreet, door het hooiluik de hooizolder op. De conclusie is duidelijk: pa en ma slapen apart. Ma zit bij ons op eieren ( ik durf niet in de kast te kijken; bang voor verstoring) en pa slaapt overdag op een andere locatie. De eerste prooi die na het uitvliegen gevangen wordt, is voor het vrouwtje. Als de muis is afgeleverd, blijft de man meestal zo'n kwartier op onze hooizolder en vliegt dan luid schreeuwend weer uit.

Op Hemelvaartsdag heeft ook de man op onze hooizolder geslapen. Misschien heeft het eerste jong zich aangediend. Het mannetje vloog om 22.10 uur naar buiten. Erg succesvol was hij niet, want ik heb tot elf uur buiten gezeten; in die tijd is er geen muis gebracht.

Goed nieuws dus wat betreft de kerkuilen.
Maar er is meer goed nieuws. Dit voorjaar hadden we voor het eerst geen torenvalken. Veertien jaar hebben we jongen gehad. Meestal begon de broedactiviteit al eind februari. 's Winters zagen we de valken niet of nauwelijks, maar als ze er dan ook in maart weer waren, misten we ze geen dag. Op de knotwilg of op het ooievaarsnest werd dagelijks gepaard en het gekekker was niet van de lucht. Dit jaar dus geen baltsvluchten: één dag heeft onze man een vrouw aan de haak geslagen en op die dag op 26 april heb ik ook een prooioverdracht gezien. Maar daarna niets meer. Wat schetst onze verbazing: terug uit Tsjechië zit heel stiekem een vrouwtje te broeden in de nestkast. De man vliegt af en aan met prooien: muizen en ook jonge mussen. Het aanbod is kennelijk zo groot dat het mannetje wanneer het vrouwtje de prooi in de kast niet accepteerd omdat ze al genoeg heeft, de onthoofde mus of muis in de wei achter een graspol verstopt. Later in de middag haalt hij de verstopte prooi weer te voorschijn en brengt die naar het broedende vrouwtje: prachtig toch!

Ook de steenuilen hebben jongen. Goed nieuws dus vanuit de Paddepoel. Lees ook de reacties op mijn weblog van Henk en Wilma Lammers uit Eibergen. Zij volgen met de webcam het wel en wee van hun kerkuilenfamilie en doen regelmatig verslag in dit dagboek. En dat is een bijzondere aanvulling waar ik erg blij mee ben.

Volgende week kan ik misschien melden of de kerkuilen echt jongen hebben. Tot dan!

Gerrit

vrijdag 24 april 2009

Ze zijn er nog! (24 april)

Mijn beloofde informatie over ons kerkuilenpaar bleef even uit. We waren even op Ameland voor een natuurworkshop, maar dat was niet de enige oorzaak. Het leek er tot op vanavond op dat onze kerkuilen verkast waren. Dagen heb ik buiten gezeten: geen uil te bekennen. Uiteindelijk ben ik toch maar de hooizolder opgegaan. ook daar was het zowel in het donker als overdag buitengewoon rustig.
Er lagen wel veel braakballen, maar vers kon ik ze niet noemen. Praktisch alle braakballen (57 )heb ik er geraapt. Dan is gemakkelijk te controleren of er braakballen bij komen. Een week later nog een keer gekeken: geen verse braakballen! Echt, ik had ook omdat ik niets hoorde de hoop al opgegeven. Omdat we zondagmorgen om half vijv een ontbijtcursus vogelzang hebben, ben ik er vanavond nog maar een uurtje voor gaan zitten.
Om 21.20 uur plofte de witte uil op de balk in het hooiluik. Kennelijk zag hij mij, want hij vloog een paar minuten later weer naar binnen. Om 21.30 vloog hij uit. Geruisloos, geen schreeuw. Ook het vrouwtje is een zwijgzaam type als ze er tenminste nog is! En daar ga ik nu wel weer van uit. Controle van de kasten laat ik achterwege: als er jongen zijn horen we ze al na een paar dagen.
Henk en Wilma Lammers uit Eibergen hebben ook een kerkuilenpaar. Wat een gemak zo'n webcam! Ze hebben beloofd regelmatig op deze plaats verslag te doen van hun waarnemingen. Daar ben ik erg blij mee. Kijk maar naar de reacties. Hun kerkuilen zitten al op eieren. Gezien het zwijgzame gedrag van die van ons, zouden die al wel eens een weekje langer op eieren kunnen zitten.
A.s. woensdag gaan we voor twee natuurworkshops naar Tsjechië. Als ik terug kom weten we meer. Ik zal gauw weer verslag doen!

zondag 5 april 2009

zondag 5 april

De uilen vliegen steeds later uit. Niet vreemd nu de dagen lengen. Dit betekent wel dat er minder tijd is om te muizen; maar daar staat tegenover dat ook de muizen voorjaarskriebels kennen en druk doende zijn met het zorgen voor nageslacht. Het aantal bosspitsmuizen dat zich in de verse braakballen bevindt, neem af en het aantal veldmuizen neemt toe. Dat mag ook wel, want de uil moet drie bosspitsmuizen vangen, voordat hij het prooigewicht van een veldmuis heeft. Een volwassen veldmuis weegt 35-51 gram.

Op 2 april heb ik het uitvliegen van de uilen gemist. Op 4 april zag ik slechts één uil uitvliegen. Dan word je ongerust, want stel je voor dat het paar niet meer compleet is. Om zekerheid te krijgen, heb ik vandaag 5 april van 20.30 tot bijna 22.00 uur buiten gezeten. Om 21.05 vloog er een uil uit en drie kwartier later zag ik er in het duister weer een naar binnen glippen. De kans is groot dat de man een muis heeft gebracht en dat de dame niet meer zo gauw van huis gaat. Het mannetje wordt dan op de proef gesteld. Zodra hij voldoende voedsel voor hem zelf en voor zijn eega kan aanslepen, komt ma in broedconditie. Het wachten is op het eerste ei. Ik zal voorlopig geen nestcontrole doen om de zaak niet te verstoren. De waarnemingen vanuit de tuin moeten duidelijk maken hoe ver het proces gevorderd is.

Onze kerkuilen



Op de natuurpagina van de Gelderlander heb ik vrijdag 3 april beloofd op deze site een logboek over het wel & wee van onze kerkuilen te plaatsen. Het verslag komt niet via een webcam, maar het zijn aantekeningen van eigen directe waarnemingen vanuit een strategisch opgestelde stoel achter in de tuin. Vanuit deze stoel heb ik zicht op het uitvliegluik van de hooizolder en ... ik kan ook de nestkast van de steenuilen in het oog houden. Wat een luxe: in de schemer in je eigen tuin genieten van twee rode lijst soorten: twee uilensoorten die ernstig bedreigd zijn.



De uilen op deze foto heb ik een paar jaar geleden gefotografeerd bij vrienden van ons: Henk en Maria Emmerzaal. Een kerkuilenpaar brengt daar al jaren met veel succes jongen groot tussen balen stro! Ook wij hebben de hooizolder uilvriendelijk gemaakt door balen stro te stapelen, maar er hangen ook twee uilenkasten en daar zitten, gezien de braakballen en de uitwerpselen, onze uilen in.

Een paar jaar op rij hebben we in de winter een solitaire uil op zolder gehad, die in het vroege voorjaar weer vertrok: waarschijnlijk naar een liefje ergens in de buurt. In september keerde de uil weer terug op onze hooizolder. Daardoor hielden we hoop op een broedpaar, maar de afgelopen winter hebben we geen kerkuil meer gezien. De conclusie dat onze hooizolder ongeschikt was, bleek te voorbarig, want op 3 maart was er weer een kerkuil en zelfs niet één maar twee! Het gedrag van beide vogels wijst op een paar en een broedpoging kan dan ook niet uitblijven.

Hieronder het voorproefje dat op 3 april bij mijn verhaal 'Kerkuil steeds minder kerkelijk' in de Gelderlander stond:

Zaterdag 28 maart


Om tien voor acht (wintertijd) verschijnt de bruine. Hij blijft nog geen vijf minuten op de balk zitten en vliegt dan weg. De witte vliegt met een luide kreet rechtstreeks het luik uit. Ik ben, nadat beide uilen zijn uitgevlogen, even met een zaklamp de hooizolder opgegaan. Wat een puinhoop. De vloer is op drie plaatsen met verse poep witgekalkt. Hier en daar ook donkere klodders. Onder de aluminium trap liggen vier eieren van holenduiven. In het verleden ging ik er van uit, dat als er regelmatig een holenduif in het uilengat zat de kerkuil vertrokken was. De afgelopen week zaten er ook holenduiven in de uitvliegopening. Kennelijk storen de uilen zich op het moment niet aan de aanwezigheid van de duifjes. Onder de tweede kast liggen veel braakballen en ook een onthoofde spitsmuis. Ik ben benieuwd hoe het zich verder ontwikkelt. Van territoriaal gedrag en baltsvluchten is nog geen sprake, maar de uilen lijken, ook omdat ze soms naast elkaar op de balk zitten, vertrouwd met elkaar. Hebben we de verlovingsfase dan al gehad? Als dat zo is, kunnen we over een paar weken het eerste ei verwachten.


woensdag 4 juni 2008

Natuurcursus met veel cultuur in Bor (Tsjechië) 2008


Op de site vertellen we uitgebreid over het weekje Tsjechië in Zuid-Bohemen. Ook dit jaar hebben we weer twee heerlijke weken gehad met heel veel natuur en hele bijzondere mensen. Er waren echte fanatieke vogelaars bij, maar ook plantjesmensen en wandelaars die het vele stilstaan wel eens teveel van het goede vonden. Ze hebben voor mij op een buitengewoon ludieke wijze een levensgrote vogelverschrikker gemaakt.Het typeert de stemming in zo’n groep. Wonderlijk, maar bij binnenkomst is het eigenlijk al een eenheid. Dat komt omdat iedereen oog en oor voor de natuur heeft. En…, laten we eerlijk zijn ook wel van een natje en een droogje houdt. Culinair zijn we dan ook weer flink verwend door Marian en Carla.De foto geeft de sfeer van de cursus treffend weer. Een goed glas wijn op een berg zand, die door een paardenstaart wordt ‘ingepakt’. Pionieren heet dit laatste en dat hebben wij ook gedaan. We hebben veel gewandeld, hoewel je dit nauwelijks kunt zeggen als er een dame in je gezelschap verkeerd, die met haar hond te voet naar Rome is geweest. Dat is bijzonder. Ook bijzonder was de aanwezigheid van een viertal oud-leerlingen, die 35 jaar gelden als zestienjarigen met ons op biologiekamp naar Terschelling zijn geweest. Het doet je goed nu te horen dat zij daar van de natuur zijn gaan houden. Het gaat te ver om te vertellen wat we allemaal gezien hebben. Heel bijzonder was de ‘aanvaring’ tussen een zeearend en een zwarte wouw die Otto Faulhaber in een flits met zijn camera kon vastleggen. Ook de boomkikkers maakten net zoals de vorige jaren weer veel indruk. Hieronder volgen verslagen van een aantal deelnemers. Een ding staat inmiddels al vast: volgend jaar gaan we weer naar Bor in Zuid-Bohemen. De eerste aanmeldingen zijn al binnen, maar we moeten nog wel een datum prikken.

Gerrit Jansen



Bor 13Bor, een klein dorp in Tsjechië, waar in het voorjaar de bloesem van de oude knoestige appelbomen vele tinten rose heeft en de seringen nog bloeien met een wilde paarse kleur.Een langgerekt dorp met boerenhuizen waar de boerenzwaluwen nog luidkeels kwetterend op de telefoondraden kunnen zitten.De meeste boerderijen, typisch vierkante gebouwen rond een binnenplaats, zijn of worden gerestaureerd en hebben geen boerenbestemming meer.De omgeving is sterk glooiend. De blik gaat over uitgestrekte weilanden en graanvelden en eindigt bij de bosrand. ’s Morgens vroeg en in de schemering van de avond grazen hier de reeën.De luidsprekers aan de telegraafpalen op het kleine dorpsplein herinneren nog steeds aan de tijd van de communistische overheersing door Rusland. De vervallen restanten van de grote schuren en stallen van een kolchozen boerderij stammen ook uit die tijd. In de stal staan nu nog maar 6 magere koeien. Af en toe lopen ze naar boven op de laadbrug en kijken met een weemoedige blik over de velden.Voor vogels en kleine zoogdieren is het uitgebreide boerenerf, waarop veel oude landbouwmachines staan te verroesten, nog steeds een fantastische plek om te leven.Het is mei en op het kleine dorpsplein is een wel 20 meter hoge meiboom opgericht. De grote lindeboom heeft in één week zijn bladeren ontvouwd en vormt een ideale zangpost voor de vele soorten zangvogels in het dorp. Aan de rand van het dorp ligt langs de straatweg een kleine poel, waaruit 's avonds, als het donker is, een oorverdovend geluid aanzwelt en weer verdwijnt. Dit is de voortplantingsplaats van de boomkikkers.Dit zijn de eerste indrukken van Bor, een dorp in Zuid Bohemen met ongeveer 200 inwoners. Straatnamen zijn er niet. Ieder huis heeft een nummer. Bor 13 is de uitvalsbasis voor onze excursies tijdens de natuurworkshops in de maand mei.

Nellie Spies – van Rooijen



Net een week terug van Tsjechië.Nog steeds ben ik er vol van.Wat hebben we een leuke,ontspannen,interessante maar vooral ook gezellige week gehad.Van te voren kregen we op de kennismakingsavond al een programma.Wandeltochten zouden afgewisseld worden met biologische momenten, fietsen, stadsbezichtiging en bezoek aan de plaatselijke horeca.Het zag er veelbelovend uit en……het werd meer dan waargemaakt.Na een dag autorijden werden we door Gerrit, Carla, Wim en Marian hartelijk ontvangen.Na het betrekken van onze gerieflijke kamers in het nabijgelegen pension stond het eten klaar, met een lekker Tsjechies wijntje, heerlijk!Na het eten begonnen we meteen aan onze eerste wandeling om de uilen te aanschouwen. Die uilen hebben we niet gezien maar wel hoorden we het geluid van de boomkikkers.Een dag later zouden we ons lam zoeken bij een poel, om ze uiteindelijk te zien zitten op de rietstengels.Toen hielden ze zich angstvallig stil.Niet zonder reden.Want plotseling zagen we een prachtige grote adder zwemmen.Net onder een kikkertje, dat door de slang niet ontdekt werd.Een biologisch moment zoals we er velen gehad hebben deze week.De vogelaars onder ons hadden er al een paar uurtjes op zitten als ze met de rest aan het ontbijt (om 9 uur) verschenen.Nauwgezet werd er elke dag bijgehouden welke vogels er gespot waren. De lijst werd indrukwekkend, maar dat de vorige groep er meer gezien had werd toch wel als frustrerend ervaren.Dat waren notabene vnl.wandelaars en onze groep had meer echte vogelaars. Vooral het ontbreken van de zeearend was pijnlijk.En het moet gezegd dat Gerrit er alles aan gedaan heeft om hem aan ons te laten zien:Einden omrijden naar plekjes waar hij ze al eens eerder had gezien. Stoppen op onmogelijke plaatsen. Gelukkig waren onze chauffeurs alert en botste niemand op zijn bus!Ondanks het ontbreken van de zeearend, vond ik het een leuke kennismaking met “het vogelen “.Het geluid van de geelgors(de eerste noten van de 5e symphonie van Beethoven) zal ik nooit meer vergeten.Ook niet de emotie die je krijgt als er twee grote bruine kiekendieven samen een prachtige dans uitvoeren in de lucht.Geweldig!In Trebon keken we in een natuurmuseumpje naar een film over de traditionele manier waarop karpers geteeld en gevangen worden in Tsjechië.In het plaatselijke restaurant hebben we ze daarna ook geproefd.Voortreffelijk!Groot was de verrassing de volgende dag toen we aan een meer zaten te lunchen. Er kwam een karavaan van wagens, er stapten een groep mannen en een paar vrouwen uit, die zich in de pakken hesen die we de vorige dag op de film gezien hadden. En vóór onze ogen werd de film overgedaan,maar nu in het echt.Het bezoek aan het stadje Cesky Krumlov was zeer de moeite waard.Na een rondleiding en een lunch kon ieder zijn/haar eigen gang gaan.Het stadje staat, naast zijn schilderachtigheid, ook bekend om het kristal, dat er vervaardigd wordt.De vorige avond had Marian ons er al het een en ander over verteld.Er valt nog veel meer te vertellen over onze reis naar Tsjechië: over het heerlijke eten dat door Carla en Marian verzorgd werd,over de groep mensen die zo leuk was waardoor we ook veel gelachen hebben,over de mooie foto’s die Willy gemaakt heeft, over het vuur waar we ’s avonds omheen zaten en waar soms zeer filosofische gedachten bovenkwamen, over de indrukwekkende hoeveelheid lege flessen in de hoek van de binnenplaats. Maar je moet het toch zelf meemaken .Ik heb enorm genoten, veel geleerd en verheug me op het herinneringsboekje dat we nog gaan krijgen.

Rieki van Biesen

“3 minuten stilte” wordt er fluisterend geroepen.Langzaam overstemt de natuur het geluid van de groep. Goed luisteren!Gerrit legt uit wat er allemaal te horen is, als je luistert.Vergeten beelden schieten door mijn hoofd als ik hem zo zie staan. Ouder, net als wij, maar nog altijd even enthousiast over de natuur.Wij, een groep van oud-leerlingen, elkaar weer gevonden in de loop van de tijd, mochten als eersten genieten van de prille aanvang van de natuurreizen van Gerrit op Terschelling.Die tijd, ruim 35 jaar geleden, heeft bij ons onuitwisbare herinneringen vastgelegd en is een deel van de band die wij onderling hebben opgebouwd.Het idee opgevat om nog eens extra vroeg op te staan om op zoek te gaan naar de zeearend, maar ook de kwak en de roerdomp, maakte ook Gerrit weer enthousiast en zo zaten wij om zes uur ’s morgens op één van de afmeerplaatsen van de plaatselijke karpervissers.De uit het water opspringende karpers, het fanatiek roepen van “Daar gaat een zeearend” , om later te ontdekken dat het een rode wouw was en de prachtige beelden die de natuur steeds weer opnieuw voor ons schilderde, brachten ons in een tijdloze ruimte waar het heden en het verleden één geheel vormden.Een bijzonder moment om mee te mogen maken in een toch al zeer geslaagde week.Rest ons slechts een stille dank aan de zeearend, want juist zonder hem (of haar), konden wij weer een onuitwisbare herinnering aan ons leven toevoegen.

Lia de Wit-Vermeulen, Frits Peters, Bertie de Wit, René Coenders’ ( en Carla en Marian).