Bijna 'witte' kerkuil: geringd 20 juli bij Emmerzaal. Foto: Gerrit Jansen‘Het kan niet missen: ze zijn er echt. Regelmatig hoor ik zacht blazen en sissen’
Als je zo iets schrijft, moet je wel zeker van je zaak zijn. Nou, vergeet het maar. De wens was ook hier de vader van de gedachte. Wij hebben, in tegenstelling tot wat ik op 2 juni op deze plaats schreef geen jonge kerkuilen!.Balen! Als je de kennis over jonge kerkuilen alleen van horen zeggen en uit de boeken hebt, moet je voorzichtig zijn. Ik heb, zoals ik op 2 juni al schreef, vanaf de hooizolder jonge uilen horen sissen. Weliswaar heel zachtjes, maar toch. Ook vlogen er kerkuilen door het luik de hooizolder in en uit. Wel vond ik het paar buitengewoon rustig en ik had grote twijfels over het muizenaanbod. We zijn drie weken in Zwitserland geweest en ik ging er dan ook van uit, dat het bedelgedrag van de jongen bij thuiskomst aardig aan kracht zou hebben gewonnen. Avonden heb ik tegen schemer weer buiten gezeten. Maar het was akelig stil. De eerste dagen in juli vloog er elke avond één uil door het hooiluik naar buiten -de lichte; in mijn ogen de man- maar die keerde na een uur nog steeds niet terug. Donderdag 2 juli vlogen er om 22.45 uur vlak achter elkaar twee uilen uit. En ook nu hoorde ik zacht piepen. Maar het geluid kwam niet van de hooizolder, maar van opzij van het huis: geen jonge kerkuilen, maar de uitgevlogen jonge steenuilen. Ik ben de zolder op gegaan en ik heb voor het eerst, omdat ik de uilen niet wilde verstoren, de twee nestkasten gecontroleerd. Geen jongen, zelfs geen eieren. Slechts hier en daar in het strooisel een braakbal. Een teleurstelling, maar wel duidelijkheid: geen jonge kerkuilen dus!
Maar er gloort nog steeds hoop. Kerkuilen kunnen praktisch het hele jaar door broeden. Maar evenals vorig jaar verloopt het broedsucces in onze regio tot nu toe desastreus vergeleken met het topjaar 2007. Kijk maar eens op http://www.kerkuilen.nu/ de website van de kerkuilenwerkgroep Betuwe Oost: in 2007 waren er in het gebied 52 broedsels; in 2008 32 en in 2009 tot nu toe slechts 15! De mensen die jaarlijks de jonge kerkuilen ringen, vallen dit jaar van de ene teleurstelling in de andere. Veel al jaren bezette locaties zijn verlaten en er zijn heel veel paren die nog geen enkele aanstalten maken om te gaan broeden. Het muizenaanbod is nog slechter dan vorig jaar. In de braakballen van ons uilenpaar vind ik sporadisch een veldmuis en al helemaal geen bosmuis. Ons paar moet het doen met spitsmuizen die kennelijk in redelijke aantallen aanwezig zijn. Maar die insecteneters wegen vergeleken met een veldmuis maar weinig. Eén veldmuis komt wat gewicht betreft overeen met vier bosspitsmuizen. Daar moeten er dan heel van gevangen worden, voordat het vrouwtje kerkuil voldoende reserve heeft opgebouwd om eieren te kunnen leggen.
Ik heb de laatste veertien dagen bijna dagelijks van 22.15 tot 23.15 uur buiten gezeten. Alle dagen zag ik beide uilen door het luik naar buiten vliegen. En ik moet zeggen: ze zijn actiever en luidruchtiger dan in april. Wie weet komt ons paar, als de muizenstand oploopt, toch nog tot broeden. Als het dit jaar niet is, dan hopelijk het volgende jaar, want het uilenpaar is erg honkvast.
Wat de steenuilen betreft, alleen maar goed nieuws: er zijn drie jongen bij ons uitgevlogen en die sissen en blazen tegen schemer nog steeds en bedelen ook nog om voedsel. Ze vliegen inmiddels uitstekend en koesteren zich overdag in een juttepeerboom in het zonnetje op nog geen tien meter van mijn werkkamer.Net uitgevlogen jonge steenuil op de Paddepoel in Angeren. Foto: Otto Faulhaber.
Ik was bang dat we dit jaar geen torenvalken zouden hebben, maar gelukkig -weliswaar laat- heeft onze man toch nog een dame weten te versieren en veertien dagen geleden zijn er maar liefst vijf jongen uitgevlogen. Die houden zich allemaal nog rond het huis op. Als er een ouder met prooi aankomt, is het een kabaal van jewelste.
Het succes van de torenvalken en de steenuilen steekt dus schril af bij de kerkuilen, maar de eerste twee soorten zijn heel wat minder kieskeurig wat de prooidieren betreft dan de kerkuilen. Onze ouderpaar torenvalken heeft veel jonge ringmussen aangevoerd. Die broeden bij ons massaal in de knotwilgen en de nestkasten. Steenuilen nemen genoegen met veel kleinere prooien dan veldmuizen: kevers en hun larven en vooral ook regenwormen staan hoog op de menulijst.
Het is natuurlijk heel verleidelijk om onze kerkuilen dagelijks een paar trage laboratoriummuizen aan te bieden waardoor ze in tijden van muizenschaarste toch in broedconditie komen, maar daar voel ik weinig voor. Mezen mogen van mij af en toe een vetbol hebben, de mussen kruimels brood en de merels rotte appelen, maar het gaat nu over uilen en dat zijn voor mij echte ‘wilde’ dieren. Niet bijvoeren dus. We wachten het maar rustig af. Als er nieuws te melden is, zal ik op deze plaats zeker verslag doen. Gelukkig doen Henk en Wilma Lammers uit Eibergen dit ook op onze site. En ik wil ook even melden dat ik op maandag 20 juli bij het ringen van de drie jonge kerkuilen bij onze vrienden Henk en Maria Emmerzaal ben geweest.
Waarom zij wel succesvol zijn? Henk is een akkerbouwer en heeft niet alleen buiten maar ook binnen graan in overvloed. U begrijpt het al: volgende maand worden hier een paar ruiters geplaatst met daaronder heel veel tarwe. Als ik de muizen verwen, komen onze uilen vast en zeker in broedconditie.
Het succes van de torenvalken en de steenuilen steekt dus schril af bij de kerkuilen, maar de eerste twee soorten zijn heel wat minder kieskeurig wat de prooidieren betreft dan de kerkuilen. Onze ouderpaar torenvalken heeft veel jonge ringmussen aangevoerd. Die broeden bij ons massaal in de knotwilgen en de nestkasten. Steenuilen nemen genoegen met veel kleinere prooien dan veldmuizen: kevers en hun larven en vooral ook regenwormen staan hoog op de menulijst.
Het is natuurlijk heel verleidelijk om onze kerkuilen dagelijks een paar trage laboratoriummuizen aan te bieden waardoor ze in tijden van muizenschaarste toch in broedconditie komen, maar daar voel ik weinig voor. Mezen mogen van mij af en toe een vetbol hebben, de mussen kruimels brood en de merels rotte appelen, maar het gaat nu over uilen en dat zijn voor mij echte ‘wilde’ dieren. Niet bijvoeren dus. We wachten het maar rustig af. Als er nieuws te melden is, zal ik op deze plaats zeker verslag doen. Gelukkig doen Henk en Wilma Lammers uit Eibergen dit ook op onze site. En ik wil ook even melden dat ik op maandag 20 juli bij het ringen van de drie jonge kerkuilen bij onze vrienden Henk en Maria Emmerzaal ben geweest.
Waarom zij wel succesvol zijn? Henk is een akkerbouwer en heeft niet alleen buiten maar ook binnen graan in overvloed. U begrijpt het al: volgende maand worden hier een paar ruiters geplaatst met daaronder heel veel tarwe. Als ik de muizen verwen, komen onze uilen vast en zeker in broedconditie.


